Intracompartmentele drukmeting

Deze meting is aangewezen bij het vermoeden van een chronisch (inspanningsgebonden) compartimentsyndroom : meestal is deze test nuttig bij inspanninsgebonden klachten vnl in de onderbenen, minder frequent in de bovenbenen/onderarmen. Door het optreden van een verhoogde druk in één of meerdere spierloges (doordat de spierfascia (spieromhulsel) te strak gespannen is) treedt er tijdens inspanning een zuurstoftekort op met progressieve klachten die tot rust dwingen. Typisch verdwijnen de klachten na rust. Bij de meting worden eerst de betrokken spierloges aangeprikt en wordt de rustdruk gemeten, die normaal kleiner dan 15mm Hg moet zijn. Daarna wordt aan de patient gevraagd de pijnklachten MAXIMAAL uit te lokken (door te stappen, lopen, …) waarna de druk onmiddellijk bij het stoppen en een 5-tal minuten nadien terug wordt gemeten (max. dan respectievelijk < 30 mm Hg en < 20 mm Hg). Indien één van deze drukken in de betrokken spierloges te hoog is, is de kans reëel dat we hier met een chronisch compartimentsyndroom te maken hebben.